Algemene Uitkering in de Maartcirculaire 2018

In maart 2018 is een extra circulaire over het Gemeentefonds uitgekomen over de cijfermatige uitwerking van het Regeerakkoord en de programmastart van het Interbestuurlijk Programma (IBP). Over de Voorjaarsbesluitvorming bij het Rijk worden gemeenten zoals gebruikelijk in de meicirculaire 2018 geïnformeerd. Op basis daarvan zal de informatie uit deze circulaire nog bijgesteld worden.

De maartcirculaire laat ten opzichte van de septembercirculaire 2017 een voordelig effect voor de algemene uitkering zien wat oploopt van € 1,5 mln in 2019 naar ruim € 3,3 mln in 2022.

(bedragen x € 1.000,-)

2019

2020

2021

2022

Septembercirculaire 2017

32.798

32.795

32.816

32.816

Maartcirculaire 2018

34.299

35.215

35.685

36.163

Mutatie algemene uitkering

1.501

2.420

2.869

3.347

Opgave sociaal domein

-308

-312

-295

-249

Indexering lonen en prijzen

-331

-332

-333

-333

Netto mutatie algemene uitkering

862

1.776

2.241

2.765

In het eerder genoemd Interbestuurlijk Programma (IBP) zijn afspraken gemaakt over de gezamenlijke aanpak van een aantal bestuurlijke opgaven. Diverse overheidslagen werken hierbij samen. Wat betreft de financiële uitgangspunten is afgesproken dat alle overheden zich hiervoor in zetten. De rijksoverheid stelt hiervoor middelen beschikbaar in het gemeentefonds, maar gaat ervan uit dat gemeenten ook vanuit eigen middelen een bijdrage zullen leveren. De bestuurlijke opgaven, die in het overdrachtsdocument zijn toegelicht, betreffen:

  • Samen aan de slag voor het klimaat;
  • Toekomstbestendig wonen;
  • Regionale economie als versneller;
  • Naar een vitaal platteland;
  • Merkbaar beter in het sociaal domein;
  • Nederland en migrant goed voorbereid;
  • Problematische schulden voorkomen en oplossen;
  • Goed openbaar bestuur in een veranderende samenleving;
  • Passende financiële verhoudingen;
  • Overkoepelende thema's.

Gemeenten blijven echter wel zelf verantwoordelijk voor de besteding van de middelen uit de algemene uitkering. De extra middelen in het gemeentefonds zijn voornamelijk het gevolg van oplopende rijksuitgaven ('samen de trap op en samen de trap af'), een hogere loon/prijsontwikkeling en een ruimere grondslag voor de berekening van het accres.

Sociaal domein

Met ingang van 2019 gaat een groot deel van de integratie-uitkering sociaal domein naar de algemene uitkering. Het gaat dan om:

  • WMO, alle onderdelen uitgezonderd Beschermd Wonen;
  • Jeugdhulp,alle onderdelen uitgezonderd Voogdij;
  • Participatie, alleen het onderdeel Re-integratie klassiek;
  • IU WMO, onderdeel Hulp bij het huishouden.

In de maartcirculaire wordt gesproken van het instellen van een zogenaamde "stroppenpot" voor gemeenten met tekorten op het sociaal domein. Hierin zal ieder (rijk en gemeenten) voor de helft deelnemen. Besluitvorming hierover zal plaatsvinden in de Algemene Ledenvergadering van de VNG van juni 2018 en de financiële vertaling hiervan bij de septembercirculaire 2018. Wij volgen de ontwikkelingen op de voet.

BTW-compensatiefonds

De afgelopen jaren werd door gemeenten minder gedeclareerd dan in het fonds was gestort. Deze ruimte is in die jaren toegevoegd aan het gemeentefonds. Ondanks de aantrekkende economie en daaruit voortvloeiende investeringen door gemeenten gaat het rijk ook voor de komende jaren uit van een structurele ruimte in het fonds en zijn deze middelen bij voorschot toegevoegd aan het gemeentefonds. Een risico bestaat dat het fonds toch volledig wordt besteed en gemeenten bij de afrekening geconfronteerd gaan worden met een uitname uit het gemeentefonds. Op dit moment is hierover echter nog niets duidelijk en betreft het enkel verwachtingen. Vooralsnog volgen we hierin de lijn van het rijk.